Hoe met valwild om te gaan.



Raakt u betrokken bij een aanrijding met reewild, waarschuw dan direct de politie via 0900-8844. U mag verder zelf geen actie ondernemen. De politie zal de stichting SAMF inschakelen, waarna een bevoegd persoon de verdere afhandeling voor zijn rekening neemt.

Voor jachthouders is het belangrijk om onderstaande informatie goed te lezen.

Het is voor velen erg onduidelijk wat wel en wat niet mag als jachthouder bij het aantreffen van valwild. Op de website van het NOJG staat duidelijke informatie hierover. Lees deze informatie goed door. Het kan problemen voorkomen!


Afhandeling wildaanrijdingen

Aanrijdingen met wild, met name wilde zwijnen en reeën, komen jaarlijks veelvuldig voor. Dit veroorzaakt veel schade, overlast en (dieren)leed. In het najaar, met regen, slecht zicht en kans op mist, komen aanrijdingen met wild vaak voor.

Nazoekteam

Het is belangrijk een nazoek uit te voeren na een aanrijding waarbij het wild niet is aangetroffen. Jaarlijks sneuvelen in ons land meer dan 5000 grote wilde dieren door het verkeer. vaak zijn de dieren op slag dood, maar lang niet altijd. Soms kan het zwaar gewonde dier nog kilometers ver weg vluchten, om dan op ellendige wijze te creperen. Ook tijdens de beheerjacht kan het voorkomen dat een kogel niet goed doel treft, waardoor het dier nog gewond wegvlucht.

Een gewond dier kan worden opgespoord met behulp van een nazoekteam. (hond die getraind is voor het nazoeken van gewonde dieren met de begeleider)

Een nazoek is het opsporen van gewond grofwild met een zogenoemde zweethond. De zweethond volgt daarbij aan een lange lijn het spoor van het gewonde dier. Eenmaal bij het dier aangekomen kan het zijn dat het al dood is. Ook kan het voorkomen dat het dier gewond weer wegvlucht. De hond wordt dan geslipt (los gelaten) en gaat in de achtervolging om te proberen het dier de pas af te snijden en op de plaats te houden, het zogenaamde stellen.

Een zweethond is dus een jachthond die gespecialiseerd is in het opsporen van gewond grofwild. Zweet is een jagersterm voor bloed.

Klik hier voor de zweethondenwebsite (nazoek)

Aanrijding met wild, wie betaalt?

Bron: GIBO Adviesgroep

Het aantal aanrijdingen met wild, zoals reeën en wilde zwijnen, is hoog in Nederland. Afgelopen jaar liep het aantal geregistreerde aanrijdingen alleen al op de Veluwe op tot 895. Grote vraag is wie de schade betaalt. Het Kennispunt Recht, Economie, Bestuur en Organisatie stelt vast dat die vraag niet zo makkelijk te beantwoorden is .

Een aanrijding met een dier is in de eerste plaats vooral vervelend, zowel voor mens als dier, benadrukken de auteurs in hun rapport dat in opdracht van de Dierenbescherming is opgesteld. De gevolgen kunnen voor beide partijen zelfs fataal zijn en leveren daarnaast vaak veel schade op. Grote vraag is wie voor die schade aansprakelijk is.

Hoe wild is wild?

Volgens de auteurs is daar geen eensluidend antwoord op te geven. Probleem is allereerst dat niet altijd duidelijk is wat nou precies onder ‘wild’ wordt verstaan. Is een hert dat in particulier bezit is, juridisch gezien nog wel een ‘wild dier’? En hoe zit dat met dieren die niet van nature in Nederland voorkomen, maar wel in ons land in een afgezet natuurgebied leven? Omdat het begrip ‘wild’ in diverse wetten op verschillende manieren wordt gebruikt, verdient het volgens de auteurs aanbeveling dat de wetgever duidelijker definieert wat wild is. Op basis daarvan kan de aansprakelijkheidsvraag ook makkelijker worden beantwoord.

Van wie?

Een ander probleem is dat dieren die in een aanwijsbaar gebied leven, vaak van niemand zijn. In zo’n geval zijn er volgens de auteurs drie aansprakelijkheidsopties. De eerste is aansprakelijkheid voor een beheerder die een beheertaak heeft verzaakt, bijvoorbeeld omdat er te veel dieren in de omgeving rondlopen. De tweede optie is een wegbeheerder aansprakelijk te stellen, die onvoldoende actie heeft ondernomen tegen mogelijk gevaar van een veelgebruikte oversteekplaats voor wild. Lastig bij dit soort situaties is als er meerdere beheerders zijn of als er geen duidelijke afspraken zijn over weg- of gebiedsbeheer. In dat laatste geval moet volgens de auteurs op basis van objectieve criteria (zoals ernst van de schade, de waarschijnlijkheid daarvan en de zorg in voorzorgsmaatregelen) worden bekeken wie als eerste aansprakelijk kan worden gesteld. De derde optie is het aansprakelijk stellen van de gebiedsbeheerder, bijvoorbeeld als sprake is van het ontbreken van een hek of wildrooster.

Als dieren in volledige vrijheid leven (en dus niet aan een bepaald gebied zijn gebonden), zijn er twee aansprakelijkheidsopties: de aansprakelijkheid van de overheid met een beheermogelijkheid en het aansprakelijk stellen van de wegbeheerder. Pas wanneer aansprakelijkheid is vastgesteld, kan worden gekeken of de automobilist eigen schuld treft.

Als onduidelijk blijft wie aansprakelijk is voor verkeersschade met wild, kan volgens de onderzoekers worden overwogen een (overheids)fonds (analoog aan het Faunafonds) in te stellen, waaruit verzekeraars en individuele automobilisten een gemaximaliseerde schadevergoeding kunnen ontvangen.